Om de 165 Colruyt-winkels dagelijks te bevoorraden,
moeten onze chauffeurs elke dag heel wat kilometers afleggen. Omdat
ze hun verantwoordelijkheid willen nemen, hebben ze 5 jaar geleden samen
het initiatief genomen om het Transport-charter uit te schrijven voor
meer veiligheid en hoffelijkheid in het verkeer. Sindsdien heeft ook
elke nieuwe chauffeur dat charter ondertekend.
Om een idee te geven van wat het beroep van chauffeur bij Colruyt inhoudt
en hoe Colruyt inspanningen levert om zo weinig mogelijk kilometers
af te leggen, volgen we Karel, met meer dan 20 jaar ervaring op de baan
voor Colruyt.
1.
Goed geïnformeerd de weg op
Tijdens de rit registreert de tachoschijf
auto-matisch de snelheid en de rij- en rusttijden van de chauffeur.
Voor onze chauffeur aan zijn dagtaak begint, krijgt
hij een vervoersdocument met alle gegevens over zijn eerste rit:
- welke oplegger hij moet aanpikken aan het distributiecentrum en wat
daarin zit;
- aan welke winkel hij de goederen moet leveren en welke bijzonderheden
er zijn aan die winkel (bv. 'leveren voor openingstijd', 'inrijden langs
de achterkant', 'school in de buurt', enz.);
- en wat zijn volgende bestemming is.
"Wanneer ik in mijn trekker stap, vul ik eerst de schijf van de
tachograaf in: naam, datum, uur van vertrek, enz. Bij een eventuele
controle kan ik alle schijven van de voorbije week voorleggen. Ik controleer
nog de banden, remmen, lichten, enz., pik de juiste oplegger aan en
kan vertrekken.
2.
Centrale distributiecentra
De bevoorrading van de Colruyt-winkels gebeurt
met volle vracht-wagens vanuit de centrale distributiecentra.
In tegenstelling tot andere winkels, leveren
alle leveranciers van Colruyt hun goederen aan de centrale distributiecentra
en niet aan elke winkel afzonderlijk. Zo kunnen zij in één
keer met volle vrachtwagens leveren.
De verschillende distributiecentra van Colruyt bevinden zich centraal
in België: in Halle en Ghislenghien (30 km van elkaar). Bovendien
liggen ze vlakbij de autosnelwegen: zo belasten de chauffeurs de kleinere
wegen veel minder.
Alle producten worden in de distributiecentra gestockeerd. Wanneer
's nachts de verkoopgegevens van de verschillende winkels naar de
centrale computer worden doorgestuurd, maakt die automatisch een leveringsnota
voor de distributiecentra. Op die manier kunnen de volgende dag de
goederen voor elke winkel afzonderlijk worden rondgehaald en klaargezet
voor het transport. Verse en diepvriesproducten stapelen we in gekoelde
karren, zo hebben we geen aparte koelwagens nodig en kunnen alle producten
in dezelfde vrachtwagen.
Omdat de computer rekening houdt met het gewicht en het volume van
alle producten, kunnen we de opleggers voor gemiddeld 95 % volladen,
zonder het maximum toegelaten gewicht te overschrijden. Doordat we
weinig 'lucht' vervoeren, kunnen we het aantal leveringen aan een
winkel beperken en besparen we kilometers.
Voor de bevoorrading van de winkels beschikken we over 350 opleggers.
Wanneer de chauffeur zijn vervoersdocument krijgt, staat zijn oplegger
al geladen aan de loskaaien.
3.
Aandacht voor veiliger verkeer
Even later zit
ik al op de Brusselse Ring. Omdat ik om 6 u start, ben ik voor de ochtendfiles
weg. Wanneer ik een half uur later op de Brusselse Ring zou komen, verlies
ik zeker een uur tijd.
5 jaar geleden heb ik het Transport-charter van Colruyt ondertekend,
waarbij ik me engageer voor een veiliger en hoffelijker verkeer. Daarom
respecteer ik natuurlijk de verkeersregels, hou ik me strikt aan de
snelheidsbeperkingen en hou ik voldoende afstand tegenover de auto's
voor me. Dat is niet altijd even makkelijk. Zo gebeurt het nogal eens
dat andere weggebruikers op autosnelwegen invoegen kort voor de vrachtwagen,
wat aanleiding geeft tot gevaarlijke situaties.
Soms heb ik ook vragen bij nieuwe maatregelen voor veiliger verkeer:
zo mogen vrachtwagens op de brug van Vilvoorde niet meer dan 70 km/u
rijden, terwijl auto's wel 90 km/u mogen halen. Sinds de vrachtwagens
moeten vertragen, zijn er daar meer files gekomen. Zon ervaringen
bespreken we op vergaderingen met andere chauffeurs of geef ik via mijn
chef door aan de directie, die dat kan doorspelen aan de overheid.
4.
De planning: elke rit ligt vast
Waar de vrachtwagen een deel van de parking
inneemt tijdens het lossen, kunnen we niet leveren tijdens de
openingsuren.
Voor de bevoorrading van de winkels moeten de planningmakers
met heel wat elementen rekening houden:
- De gemiddelde duur van elke rit is voorzien in de computer, zodat
we precies weten hoeveel ritten een chauffeur aankan, zonder teveel
uren te rijden. Op die manier kunnen we in de planning ook ruim op voorhand
berekenen hoeveel chauffeurs we die dag moeten voorzien.
Naast de bijna 100 chauffeurs die vast in dienst zijn bij Colruyt, wordt
er daarvoor vaak een beroep gedaan op externe chauffeurs. Dagelijks
gaan er zo ongeveer 250 chauffeurs de weg op voor Colruyt. Bovendien
werken er in de distributiecentra nog een aantal mensen die in drukke
periodes ingeschakeld kunnen worden als reservechauffeur. Zo zijn er
altijd voldoende chauffeurs voorzien en staan ze niet onder tijdsdruk.
Ook tussen 2 ritten is er voldoende tijd voor de nachtrust. Een chauffeur
die nog laat op de baan was, mag de volgende morgen wat later beginnen.
- We leveren de winkels bij voorkeur 's nachts, omdat er dan veel minder
verkeer op de weg is en er geen files zijn. In winkels in een stedelijke
omgeving leveren we indien mogelijk wel overdag, om geen hinder te bezorgen
aan de buurtbewoners.
- Waar de vrachtwagen de parking moet oversteken, of een deel van de
parking inneemt tijdens het lossen, kunnen we niet leveren tijdens de
openingsuren van de winkel.
- Bij de planning wordt er ook rekening gehouden met eventuele wegenwerken
of files. Na een drukke rit met veel kans op files, geven de planningmakers
de chauffeur een rustiger rit.
In plaats van er een sport van te maken
zo snel mogelijk ergens te zijn, maak ik er een sport van zo weinig
mogelijk te verbruiken. Vorige maand ben ik erin geslaagd per 100 km
3 L minder te verbruiken. Zo haalde ik een verbruik van slechts 30 L/100
km in plaats van 33 liter.
Daarvoor heb ik veel te danken aan een technische cursus 'zuinig rijden'
die ik net als alle andere chauffeurs kon volgen bij een constructeur
van onze trekkers: met de praktische tips uit die cursus in het achterhoofd,
kon ik die 3 L besparen.
5.
Routeschema's vermijden kleine wegen
Via de dodehoek-camera ziet de chauffeur alle
fietsers die de spiegels buiten beeld laten.
De weg naar elke winkel is vastgelegd in routeschema's.
De meeste Colruyt-winkels bevinden zich aan de rand
van de steden: gemakkelijk bereikbaar voor de klanten en voor de vrachtwagens.
Voor elke winkel bestaat een routeschema, waarbij we zoveel mogelijk
de autosnelwegen of hoofdwegen gebruiken. Zo vermijden we maximaal de
dorpskernen.
Op de hoofdwegen gaat het het vlotst,
want op kleinere wegen word je veel meer opgehouden, bv. door een tractor,
verkeerslichten, auto's die afslaan, enz. Ook het verbruik ligt lager
dan wanneer je voortdurend moet vertragen en weer optrekken.
Wanneer ik toch een stukje door het centrum van de stad moet,
komt mijn dodehoekcamera heel goed van pas. Auto's, fietsers of voetgangers
die ik van achter mijn stuur onmogelijk kan zien, komen goed in beeld
op het scherm en ik kan beter inschatten op welke afstand ze zich bevinden.
6.
Liever 1 grote vrachtwagen dan 3 kleintjes
Colruyt kiest bewust voor grotere vrachtwagens.
Uit een studie bleek dat er heel wat voordelen zijn tegenover kleinere
vrachtwagens:
- er komen minder vrachtwagens op de weg. Zo helpen we de verkeersdrukte
te verminderen, met minder risico voor ongevallen, enz;
- we besparen heel wat brandstof en hebben minder uitstoot van schadelijke
stoffen;
- en de keuze voor grote vrachtwagens i.p.v. meerdere kleine, is ook
financieel voordeliger.
Met zo'n grote vrachtwagen moet je soms
rekenen op wat geduld of hulp van de andere weggebruikers: om een bocht
van 90° te kunnen indraaien of om een rondpunt op te rijden, heb
ik met mijn 16,40 meter heel wat ruimte nodig.
En om een drukke weg over te steken, moet ik wel eens wachten tot een
vriendelijke chauffeur stopt, en mij doorlaat. Zo helpt hij ook mee
aan veilig en vlot verkeer.
7.
De levering: hinder vermijden
Een heftafel maakt minder lawaai dan een laadklep
aan de vrachtwagen.
Om half acht kom
ik aan in Colruyt Deurne. Omdat de winkel in een smalle straat ligt,
vraagt het wel wat behendigheid om de parking op te rijden. Maar als
alle wagens op straat geparkeerd staan binnen de voorziene parkeerplaatsen,
is het voor mij heel wat makkelijker om mijn oplegger binnen te manoeuvreren.
Op de parking staat al een collega-chauffeur met een levering van vooral
verse groenten en fruit. Omdat de winkel midden in een woonbuurt ligt,
leveren we er niet voor 6 uur 's morgens. Maar omdat we met de vrachtwagen
een flink deel van de parking innemen, moeten alle leveringen (zo'n
3 vrachtwagens per dag) wel gebeuren buiten de openingsuren van de winkel,
zodat we de klanten niet hinderen. Daarom helpen we mekaar om sneller
weg te zijn.
Waar mogelijk maken we aan de winkels gebruik van loskaaien of heftafels.
Die maken heel wat minder lawaai dan een laadklep aan de vrachtwagen
zelf die op en neer gaat.
- Een loskaai is het makkelijkst: een hogere kaai waar we de vrachtwagen
tegen kunnen rijden. Zo kunnen we de palletten en karren uit de vrachtwagen
rechtstreeks met een transpallet op de kaai zetten, zonder veel geluidshinder.
- Waar we geen loskaai kunnen voorzien, maken we indien mogelijk gebruik
van een heftafel: een tafel die uit de grond komt tot de hoogte van
de vrachtwagen en die makkelijk bediend kan worden met de voet.
Alle producten in de oplegger staan gestapeld op palletten of op karren,
de verse en diepvriesproducten zitten in gekoelde karren. Zo is de vrachtwagen
heel snel gelost. De chauffeurs zetten de producten in de beveiligde
transitruimte van de winkel, waar de medewerkers uit de winkel ze komen
halen voor het uitzetten in de rayon.
8.
Geen lege terugritten
Voor de terugrit vullen we de vrachtwagen
met lege palletten, karren, enz.
Voor de terugrit worden de vrachtwagens opnieuw
geladen met lege karren en lege palletten van de dag voordien en karren
met afval van karton en plastic die we inzamelen voor recyclage. Of
we doen een afhaling bij een leverancier. Zo zorgen we ervoor dat elke
vrachtwagen vol terugkeert.
Mijn collega die naar het distributiecentrum
rijdt voor verse en diepvriesproducten, neemt de gekoelde karren mee.
Hij neemt ook het afval van papier en plastic mee voor onze recyclage-afdeling.
Omdat ik naar het distributiecentrum rijd waar vooral de dranken worden
opgeslagen en de bakken worden gesorteerd, neem ik al het leeggoed mee.
Voor 9 u, het uur van opening, zijn de vrachtwagens terug gevuld en
maken we de parking vrij voor de klanten.
In ons distributiecentrum in Ghislenghien moet ik niet zelf de oplegger
leegmaken. Ik parkeer hem aan de loskaai en na mijn rustpauze kan ik
de nieuwe aanpikken die op het volgende vervoersdocument staat afgedrukt.
Hoewel het veel korter is om langs de dorpskern naar de autosnelweg
te rijden, hebben we hier met alle chauffeurs afgesproken om altijd
de langere weg langs het industriepark te nemen. Dat betekent voor de
firma wel een meerkost van meer dan € 100.000 per jaar, maar zo
vermijden we hinder voor de dorpsbewoners.
Even later ben ik terug op de snelweg, om een andere winkel te herbevoorraden.