Colruyt neemt bijkomende maatregelen voor respectvol slachten

Colruyt heeft de slachthuizen extra maatregelen opgelegd, om er in de toekomst voor te zorgen dat het slachtproces nog beter gemonitord kan worden en zo respectvol mogelijk (zo stress- en pijnloos mogelijk) kan blijven gebeuren. Zo moeten alle leveranciers de maatregelen naleven uit het FEBEV-convenant. Dat betekent dat ze cameratoezicht en bijkomende controles moeten voorzien. Colruyt gaat zelf ook onaangekondigde controles laten uitvoeren.

Bijkomende maatregelen voor leveranciers Colruyt 

Alle 25 slachthuizen waar Colruyt mee samenwerkt, werden de afgelopen weken bezocht door de eigen aankopers. Elk slachthuis werd gevraagd om het convenant van FEBEV (Federatie Belgische Vlees) tegen eind december na te leven – ook als dat slachthuis er geen lid van is. Zo moet het op strategische plaatsen in het slachtproces cameratoezicht voorzien en een audit van de Thomas More Hogeschool toelaten. Daarnaast vraagt Colruyt dat elk slachthuis een “Animal Welfare Officer” (AWO) aanstelt. Die moet permanent toezicht houden op het respectvol slachten en daarover direct rapporteren aan de directie. Ten slotte gaat Colruyt op korte termijn zelf ook onaangekondigde controles laten uitvoeren door het controle-organisme “Quality Control”. 

Samen met de hele sector voor respectvol slachten

Stefan Goethaert, Directeur Colruyt Group Fine Food licht toe: “We hebben in het verleden al heel wat maatregelen voor meer dierenwelzijn genomen. De recente gebeurtenissen hebben ons echter doen inzien dat het slachtproces niet altijd correct verloopt en dat er extra maatregelen nodig zijn. Het is voor ons duidelijk waar we naartoe willen: respectvol omgaan met dieren in het hele ketenproces. Dat is een leerproces, stap voor stap. In eerste instantie mét onze eigen leveranciers, en breder met de sector en de bevoegde overheden. Het is niet onze bedoeling om de rol van de overheid over te nemen, noch om die te bekritiseren. Alleen zijn we ervan overtuigd dat we zelf een aantal stappen kunnen en moeten zetten, maar dat we pas echt een verschil kunnen maken als we het sámen doen.”